Prinsjesdag 2017 – WBSO 2018

Kabinet zal percentages voor WBSO 2018 definitief vaststellen in november

Minister Kamp van Economische Zaken heeft de Tweede Kamer geïnformeerd over het definitieve gebruik van WBSO in 2016, de WBSO in 2018 en de uitvoering van de motie Bruins m.b.t. proces-innovatie in de WBSO. Uit de cijfers over 2016 blijkt dat de verdeling van het budget tussen MKB en grootbedrijf na de integratie van de WBSO en RDA gelijk is gebleven. Ook maakt de Minister bekend dat het kabinet de parameters voor de WBSO 2018 definitief zal vaststellen in november.

Het beschikbare WBSO-budget in 2018 is na correctie € 1.163 miljoen. Dit is als volgt tot stand gekomen. De overschrijding van het WBSO-budget in 2016 met € 65 miljoen wordt gecompenseerd. Samen met een onderuitputting van de RDA uit 2014 van € 23 miljoen die aan het WBSO-budget 2018 wordt toegevoegd leidt dit tot een incidentele correctie van het WBSO-budget 2018 met € 42 miljoen.

De WBSO-systematiek brengt met zich mee dat de parameters van de WBSO jaarlijks aangepast moeten worden aan het beschikbare budget. Uitgaande van de huidige inzichten betekent dit naar verwachting een daling van het tarief van de tweede schijf van 16% naar 14% en een daling van de eerste schijf van 32% naar 31%. Ook andere ingrepen zijn mogelijk. Het kabinet zal in november de parameters voor de WBSO 2018 definitief vaststellen en de Kamer hierover informeren.

Melding gerealiseerde uren niet meer per S&O-verklaring afzonderlijk in een kalenderjaar

Wanneer u gebruikmaakt van de WBSO dient u jaarlijks vóór 1 april de gerealiseerde S&O-uren van het voorgaande jaar aan RVO door te geven. In de op Prinsjesdag gepubliceerde Overige fiscale maatregelen 2018 wordt voorgesteld om de zinsnede ‘gespecificeerd per S&O-verklaring’ te laten vervallen. Met de voorgestelde wijziging hoeft u de mededeling niet meer per S&O-verklaring afzonderlijk te doen, maar kan dit voor alle S&O-verklaringen gezamenlijk worden gedaan.

De mededeling heeft betrekking op de in het betreffende kalenderjaar bestede uren en op de in het betreffende kalenderjaar gerealiseerde kosten en uitgaven. In de artikelsgewijze toelichting (Artikel VI) wordt benadrukt dat er geen uren, kosten en uitgaven in de mededeling mogen worden meegenomen die eerder zijn gemaakt dan in de periode waarvoor de S&O-verklaring is afgegeven; het moet immers gaan om voorgenomen speur- en ontwikkelingswerk. Wanneer de mededeling op jaarniveau wordt gedaan, zal de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de correctie-S&O-verklaring aansluitend ook op jaarniveau opstellen.